Het verband tussen toneel spelen en burnout

Hoeveel rollen speel jij in je leven?

Afgelopen week nam ik afscheid van M, een cliënte die heel goed was in toneel spelen. Niet dat ze actrice was hoor. Ze werkte in de zorg. En ze speelde daar continu de rol van vrolijke, flexibele en betrokken collega, voor wie niets te veel was. Bij haar moeder speelde ze de ideale dochter: gezellig, betrokken, succesvol, een dochter waar haar moeder trots op kon zijn. Thuis was ze uiteraard een ideale partner voor haar vriend. En voor haar vriendinnen de ideale vriendin die altijd in was voor leuke dingen, maar ook voor ze klaar stond als ze stoom moesten afblazen.

Maar toen zat ze opeens thuis, uitgeput, opgebrand. Met het gevoel dat ze gefaald had. Ze schaamde zich, en vertelde – in het begin – bijna niemand dat ze thuis zat met burnout. Ze had al moeite om het aan zichzelf toe te geven. Op een feestje deed ze of er niets aan de hand was, en maakte zich er met een grapje vanaf als iemand vroeg het met haar ging. Maar het kostte haar veel energie. Logisch.  Het kost ook veel energie, om je continu beter of anders voor te doen dan je bent!

M is een jonge, (hoog)gevoelige vrouw, die als kind al heel goed aanvoelde wat er van haar werd verwacht. Ze had – zeker na de scheiding van haar ouders – een groot verantwoordelijkheidsgevoel, wilde zich graag bewijzen en deed wat er van haar verwacht/gehoopt werd. Haar ouders lieten het nooit zien als ze het moeilijk hadden, en zo leerde M om haar kwetsbare kant te verbergen, en alleen de ‘positieve’ kant van zichzelf te laten zien.

In de eerste therapiesessie schilderde M vier cirkels, of ballen, met geel en oranje. In het midden van die ballen zette ze een blauwe stip. Zelf zegt ze over haar schilderwerk: “Het lijken wel vier ‘ikken’: een ‘ik’ voor mijn werk, een ‘ik’ voor mijn familie, een ‘ik’ voor mijn vriendinnen en een ‘ik’ voor thuis en met mijn partner”. Het donkerblauw in het midden is haar kern, maar wat opvalt is de leegte eromheen. Even niks en dan een schulp, een schil, waarmee ze haar ware ik omhuld én verstopt. “Ik creëer iets om me heen”, zegt ze hierover.

Gaandeweg de therapie leert M. dat ze al die ‘ikken’ en die schillen om zich heen niet nodig heeft. En sterker nog, dat ze met al die ‘ikken’ niet alleen zichzelf, maar ook haar omgeving voor de gek houdt. Ze leert dat ze zichzelf mag zijn, uit haar schulp te kruipen en haar ware ik te laten zien. Want hoe kunnen de mensen in haar omgeving haar helpen, als ze niet weten wat er werkelijk speelt bij haar?

In een volgende sessie boetseert ze een bol, haar kern, en beschildert die met diverse kleuren.  “Alle kanten zijn anders, en alle kanten mogen gezien worden, zegt ze daarover. Ik hoef niet steeds mijn mooiste kant te laten zien”.

Na die sessie gaat ze meer het gesprek aan over haar kwetsbaarheden. Met haar leidinggevende. Met haar moeder. Met vriendinnen. En ze ervaart dat er dan een heel ander, dieper contact ontstaat, waarbij anderen ook meer van zichzelf laten zien.

In de therapie gaan we aan de slag met thema’s als ‘je veilig voelen (om jezelf te laten zien)’, goed voor jezelf zorgen, anderen toe te laten, maar ook haar grenzen aan te geven. In het kunstzinnig werk vindt ze het fijn om ronde vormen te maken (en in het échte leven is ze ook graag ‘rond’, gemakkelijk, meegaand). Maar gaandeweg de therapie realiseert ze zich dat ze soms ook wel eens ‘hoekig’ mag zijn, of zelfs móet zijn. Dat ze grenzen moet stellen om goed voor zichzelf zorgen. Dat ‘hoekig zijn’ ook duidelijkheid geeft aan anderen.

Als huiswerk maakt ze haar eigen ‘gebruiksaanwijzing’, waarin ze voor zichzelf formuleert waar ze goed in is, waar ze nog hulp bij nodig heeft, waar ze allergisch voor is, waar ze haar voor mogen wakker maken en waar ze haar beter niet voor kunnen vragen.

Nu, vier maanden na de start van de therapie, gaat ze beginnen in een andere baan. Ze vertelt: “Bij de kennismaking heb ik mijn best gedaan om mezelf te laten zien, te vertellen over mezelf en mijn kwetsbaarheden. Er werd heel positief op gereageerd en mensen vertellen ook meteen meer over zichzelf”. Ze heeft veel zin om in haar nieuwe baan te beginnen.

Ik ben trots op M. Ze is de confrontatie met zichzelf echt aangegaan. En ze gaat hier als een zelfbewuste, sprankelende vrouw de deur uit, die weer vertrouwen heeft in zichzelf én zich kwetsbaar durft op te stellen. In haar broekzak draagt ze een steen, waarop ze in de laatste sessie voor zichzelf heeft geschreven: “Wees lief voor jezelf”.

En jij? Durf jij je kwetsbaarheid te laten zien? Hoeveel rollen speel jij in je leven?

Hoe vermoeiend is het niet om rollen te spelen, die niet overeen komen met wie je werkelijk bent en hoe je je werkelijk voelt. Acteurs krijgen betaald voor hun acteerwerk. Maar wij niet! Dus laten we – net als M –  stoppen met mooi weer spelen en onszelf mét onze kwetsbare kanten laten zien. Je krijgt er veel diepgang in je leven voor terug.
Kun je, net als M, wel wat hulp gebruiken bij het ontdekken van de rollen die je speelt, herkennen van jouw onderliggende denk- en gedragspatronen en het doorbreken daarvan? Kijk dan eens verder bij kunstzinnige therapie op mijn site, of neem contact op via inger.vanderwerf@kunstzinhaarlem.

You Might Also Like